Als baby's huilen omdat ze aandacht en fysiek contact nodig hebben (Bowlby, 1969), kan dit worden gezien als een vorm van communicatie (Zeifman & James-Roberts, 2017). Wanneer een kind heeft leren praten, kan het ook zijn wensen met woorden uiten, en vanaf dat moment lijkt huilen als communicatiemiddel niet langer nodig, maar niets is minder waar. Kinderen blijven huilen, en zelfs volwassenen, patiënten en therapeuten huilen in verschillende situaties (Vingerhoets, 2013, 2021), waaronder tijdens therapie (Bylsma, Gračanin & Vingerhoets, 2020). 't Lam, Vingerhoets en Bylsma (2018) ontdekten dat de meeste therapeuten (94,2%) positief staan tegenover het huilen van patiënten, d.w.z. dat ze het erover eens waren dat het huilen van patiënten essentieel kan zijn voor het succes van therapie en dat het huilen van patiënten significant positiever werd beoordeeld dan het huilen van de therapeut. Er is echter weinig bekend over huilen tijdens haptotherapie, en voor zover wij weten is er nog geen onderzoek over dit onderwerp gepubliceerd.
Wetenschappelijk onderzoek naar huilen en de functie ervan is essentieel, omdat er steeds meer misverstanden en vooroordelen over huilen bestaan, zowel onder leken als onder therapeuten. Zo is er bijvoorbeeld de wijdverbreide opvatting dat huilen gezond is (Cornelius, 1997, 2001). Concreet kan dit minstens drie verschillende dingen betekenen: ten eerste dat huilen een preventieve werking heeft op de gezondheid, met name de geestelijke gezondheid (Cornelius, 1997). Met andere woorden, het zou passen bij voldoende lichaamsbeweging, niet te veel alcohol drinken, niet roken, gezond eten en, last but not least, een wekelijkse huilsessie tijdens het kijken naar een droevige of ontroerende film.